⌂GlucoHorse

Verbening van het hoefkraakbeen

Verbening van het hoefkraakbeen is iets wat bij paarden veel voorkomt. Erg veel. Zodanig veel zelfs dat je het kunt beschouwen als een normaal onderdeel van het verouderingsproces. Gelukkig heeft verbening zelden of nooit klinische gevolgen. Nee, een paard loopt niet kreupel omdat het hoefkraakbeen verbeend is. Zelfs niet onregelmatig. Okee, soms wordt die suggestie toch gemaakt, maar dan is het vooral zaak om de échte, onderliggende oorzaak te vinden.

Hoefbeen

Het hoefbeen van een paard ziet er min of meer uit als een banaan, die met de bolle kant naar voor in de hoef hangt. Links en rechts aan de uiteinden van de banaan zit kraakbeen vast. Dat is het hoefkraakbeen. Het vormt een soort verlengstuk, een uitbreiding van het hoefbeen. Het hoefkraakbeen zit deels ín, en deels boven de hoef. Druk je met je duim rechts of links achteraan de hoef, net boven de kroonrand, dan kun je het hoefkraakbeen goed voelen. Het voelt stevig en terzelfdertijd elastisch aan.

GlucoHorse | Hoefbeen en hoefkraakbeen in de hoef van een paard.

Rood: het hoefbeen. Groen: het hoefkraakbeen.

Verkalking

Bij verbening wordt het hoefkraakbeen harder, stugger en minder elastisch. Verbening is eigenlijk een slecht gekozen woord. In werkelijkheid worden namelijk massaal kalkkristallen afgezet in het kraakbeenweefsel. In principe zouden we dus over verkalking moeten spreken. Verkalking komt ook wel bij andere bindweefsels voor, zoals pezen en ligamenten bijvoorbeeld, maar zelden in zo’n omvang.

Oorzaak

Waarom en hoe verkalking van het hoefkraakbeen ontstaat blijft een open vraag. Soms wordt gezegd dat het om een vorm van artrose gaat. Dat klopt niet. Verkalking en artrose hebben niets met elkaar te maken.

Verbening van het hoefkraakbeen komt bij paarden zeer veel voor. Zodanig veel dat het dikwijls beschouwd wordt als een normaal onderdeel van het verouderingsproces. Daarnaast speelt waarschijnlijk ook een genetische factor een rol. Verbening komt namelijk bij bepaalde rassen meer voor dan bij andere. Vooral bij koudbloeden (trekpaard), zwaardere basisrassen (Fries, Haflinger) en koudbloedachtige ponyrassen (Fjord, Merens) is het een bekend fenomeen. Omgekeerd wordt bij Engelse en Arabische volbloeden zelden of nooit verbening van het hoefkraakbeen vastgesteld.

De meeste onderzoekers denken dat paarden die op ijzers staan een hoger risico lopen, maar voor die stelling bestaat geen hard bewijs. Wel is er een verband gevonden tussen verbening en problemen aan de collaterale ligamenten van het hoefgewricht. Bij paarden met verbening worden meer problemen met de collaterale ligamenten vastgesteld, maar wat oorzaak en wat gevolg is weten we voor het ogenblik niet.

Takken

Verbening begint meestal met meerdere kleine kernen van kalkafzetting in het kraakbeen. De kernen worden geleidelijk groter, en “groeien” als het ware naar elkaar toe. Uiteindelijk vormen de kernen één aangesloten geheel. Op een rx verschijnt dan het typisch beeld van “takken” die links en rechts van het hoefbeen te zien zijn.

GlucoHorse | Rx, verbening van het hoefkraakbeen. Takken links en rechts van het hoefbeen.

Rx, verbening van het hoefkraakbeen. De rode pijlen tonen links en rechts de typische 'takken' aan.

Vroeger werd gedacht dat de takken gemakkelijk konden afbreken, wat dan het risico op allerhande complicaties zou verhogen. Ondertussen weten we dat zoiets buitengewoon zeldzaam is. Op rx-en zijn wel eens takken te zien waarvan je inderdaad zou denken dat ze afgebroken zijn. In werkelijkheid gaat het dan echter meestal om afzonderlijke groeikernen, die nog niet gefuseerd zijn.

Hoefmechanisme

Telkens een paard (in beweging) zijn voet neerzet, plooit de hoef iets open in de hiel en de zijwanden. Zodra het paard zijn voet weer optilt, trekt de hoef opnieuw iets samen. Dat uitzetten en terugveren wordt het hoefmechanisme genoemd. Het hoefmechanisme heeft twee belangrijke functies. Het absorbeert de schokken die door het onderbeen gaan, en het werkt als een soort pomp. Telkens als de hoef wordt samengedrukt, wordt bloed door de voet gestuwd. Op die manier worden voedingsstoffen aangeleverd en afvalstoffen afgevoerd. Bij verbening wordt het hoefkraakbeen stugger en minder elastisch. Eventueel zou dat het hoefmechanisme kunnen verstoren. Verbeend hoefkraakbeen zal waarschijnlijk minder gemakkelijk uitzetten en terugveren. Maar is dat ernstig en ingrijpend genoeg om een paard kreupel te doen lopen ?

Geen oorzaak van kreupelheid

Kan verbening van het hoefkraakbeen kreupelheid veroorzaken ? Zeg nooit nooit, maar het antwoord is neen. In 99% van de gevallen lopen paarden niet kreupel, en zelfs niet onregelmatig omdat het hoefkraakbeen verbeend is. Hoe kunnen we dat zo zeker weten ? Omdat er erg veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is.

Zo publiceerde professor F. Verschooten (universiteit Gent) al in 1996 de resultaten van een onderzoek naar verbening van het hoefkraakbeen en het eventueel verband met kreupel gaan. Zijn conclusies waren in ieder geval bijzonder duidelijk :

"Wij besluiten dat de klinische betekenis van verbening nagenoeg nul is. Verbening is niet pijnlijk bij het ontstaan, en evenmin na het ontstaan. Er bestaat geen verband tussen hoefkatrolontsteking en verbening van het hoefkraakbeen. Orthopedisch beslag heeft geen enkele invloed. Een ongunstig advies bij de aankoopkeuring van een sportpaard omwille van verbeend kraakbeen is niet gerechtvaardigd."

Zweeds onderzoek

Ook een veel recenter (2014) Zweeds onderzoek komt tot de conclusie dat verbening geen kreupelheid veroorzaakt. Het onderzoek is bijzonder interessant, omdat het van a tot z op gegevens uit de praktijk gebaseerd is. In Scandinavië worden lichte koudbloeden gefokt, die ingezet worden voor drafrennen. Zowel in verband met de sport, als in verband met de fokkerij worden allerhande gegevens nauwkeurig bijgehouden. Verbening van het hoefkraakbeen komt bij dit ras vrij veel voor. In 2014 werd een groot onderzoek opgezet, waarbij 647 koudbloed dravers betrokken waren. De paarden liepen samen tussen 1973 en 2009 meer dan 23.000 rennen. Alle paarden werden radiologisch onderzocht, en van alle paarden werd bekeken of ze verbening van het hoefkraakbeen hadden, en indien ja, in welke graad die verbening aanwezig was. Uiteindelijk werd bekeken of er een verband bestond tussen verbening (eventueel de graad van verbening), de prestaties in wedstrijden, en eventuele uitsluitingen wegens onregelmatig draven. Zo'n verband werd niet gevonden. Paarden met verbening van het hoefkraakbeen presteerden niet beter of slechter dan paarden zonder. Ze werden ook niet meer of minder uitgesloten. De conclusie was:

"Verbening van het hoefkraakbeen veroorzaakt geen verminderde prestaties bij koudbloed dravers, en is daarom naar alle waarschijnlijkheid niet de oorzaak van klinische of subklinische kreupelheid bij dit ras."

Diagnose

Kortom, we mogen ervan uitgaan dat verbening van het hoefkraakbeen zelden of nooit tot kreupelheid leidt. Toch wordt ook door dierenartsen die link nog af en toe gelegd. Dikwijls gaat het dan om een situatie waarbij een paard duidelijk kreupel is, maar klinisch en echografisch onderzoek weinig heeft opgeleverd, en op de rx-en absoluut niets te zien is. Absoluut niets, met uitzondering van verbening van het hoefkraakbeen. De verleiding wordt dan groot om die verbening toch maar aan te wijzen als oorzaak van de kreupelheid. Misschien begrijpelijk, maar hoe dan ook onjuist. Voor de eigenaar moet zo’n diagnose het sein zijn om op zoek te gaan naar de échte onderliggende oorzaak van het probleem.

Share on Facebook
Tweet
Pin it
Send email